In een setting van rode leren bankjes en muren vol nostalgische cola en koffie reclameborden, kijk ik met kleine oogjes naar de gigantische omelet die me samen met de berg aardappelpartjes aanstaart. Koffie is deze ochtend de belangrijkste brandstof, de bestemming betreft Swartz Bay. Onze ferry vertrekt om 11 uur en laat Vancouver Island achter in een lichte mist (foto #1). Na een laatste korte rit nemen we afscheid van het Witte Monster op Vancouver Airport en pakken de Skytrain naar het Yaletown-Roundhouse station in Vancouver. De stad doet ons bij het eerste aanzicht van haar licht glooiende heuvels lichtelijk denken aan San Francisco. Halverwege Davie Street parkeren we de koffers op een terras voor een kleine lunch. Eenmaal gearriveerd bij het hotel doe ik navraag bij de receptie of er post voor de heer Struijk is gearriveerd. Het antwoord is helaas ‘nee’.


Flashback
“Ja, hier is het toch echt. Sunwapta Falls Rocky Mountain Lodge”, concludeer ik terwijl Bert de auto op het terrein nabij de receptie parkeert. We stappen uit en als ik vanaf de achterbank enkele papieren bij elkaar gris om in te checken, zie ik plots de reisgids 100% Rotterdam liggen die we in Nederland gratis bij de Vancouver editie kregen. “Waarom heb je deze gids ook meegenomen?”, vraag ik verbaasd. Aan Bert zijn gezicht zie ik al snel dat het woord ‘ook’ niet van toepassing is. Twee dagen later komen we op het hoopvolle idee om een collega van Bert, die voor surflessen in Bert zijn huis in Scheveningen verblijft, de reisgids per post naar het hotel in Vancouver te laten sturen.

IMG_20140930_170043 (1024x574)

Het weer klaart op en we besluiten in de middag Davie St af te lopen. Zebrapaden in regenboogkleuren benadrukken het gemengde straatbeeld van hipsters, zwervers en alles ertussen in. Bij een kledingzaak spot Bert het G-star logo in de etalage en staan we, voordat ik er erg in heb, in een boetiek genaamd State of Mind. Veel verder dan de deurmat komen we echter niet aangezien een vrouw, type Tomboy op leeftijd, al komt aangesneld voordat we ook maar één item in de winkel hebben kunnen bekijken. Opdringerig legt ze uit dat haar naam Linda is en het vooral niet de bedoeling is dat we zelf gaan rond kijken: “I am a personal stylist. I dress men. I can see if I can make you guys an appointment”. Haar vriendelijkere assistent knikt bij elk woord om Linda haar expertise te beamen terwijl er aan de tirade geen einde lijkt te komen. Op het moment dat ze twee nieuwe klanten, wiens gezichten haar klaarblijkelijk niet aanstaan, de winkel uit sist voordat de twee heren bij binnenkomst de deur achter zich dicht hebben kunnen trekken, besluiten Bert en ik onze eigen exit in te zetten. “Compleet doorgesnoven”, concludeer ik eenmaal buiten en opteer voorzichtig voor een drankje.

Bijkomen met een biertje is immers de beste oplossing, dus belanden we aan het einde van de middag in The Pumpjack Pub. Een enorme gay sports bar die gedomineerd wordt door lotto getallen op lichtkransen, American Football wedstrijden op de vele flat screens boven en rondom de bar, pullen bier die op Britse wijze getapt worden en (helaas) niet omringt door -laten we het netjes houden- moeders mooiste. Gelukkig smaakt het bier even verderop in de Fountainhead gepaard met een portie bruschetta ons erna prima en kunnen we na een tussenstop in het hotel de lokale Cactus Club Cafe, mede door de zeer aan te raden See You Later witte wijn, ook weer goed waarderen. We zetten door en na het eten belanden we, onder andere op aanraden van de assistent van Linda, in het stijlvol ogende 1181. De wijn is prijzig, maar smaakt in deze lounge onder het genot van deep house muziek goed terwijl we toekijken hoe de mannen vers uit de plaatselijke sportscholen zich tegoed doen aan cocktails en mix drankjes. Al snel raken we aan de praat met John uit Toronto die regelmatig Vancouver aandoet en vertelt over zijn vlucht als puber uit het Bijbelse dorpje waar hij is opgegroeid. Na al dat praten moet er ook nog gedanst worden vindt John, dus sleept hij ons na enkele glazen wijn mee naar The Junction aan de overkant op Davie St. We pinnen, we drinken, we praten, we dansen en we drinken nog wat meer. Twee mannen voegen zich bij de groep en doen ons al snel verbleken qua drank gebruik. Ze ogen als rasechte hillbillies van het platteland, compleet met lang haar, baseball cap en flanellen houthakkers overhemd. Terwijl ik lijntjes wit afwijs, één van de hilbillies voorzichtig zijn hoofd af en toe uit de kast steekt en John “vroeg” afhaakt, besef ik me hoe bizar het is dat Bert en ik al binnen één dag op de duisterste krochten van het nachtleven in Vancouver lijken te zijn gestuit. De nacht raast voort tot de felle lichten in de bar aan gaan en we door de uitsmijters vriendelijk gevraagd worden de pub te verlaten. Eenmaal buiten slaat die vriendelijkheid plots over tot grimmigheid als hillbilly #1 met twee bouncers op zijn rug op de grond eindigt. De politie arriveert “in no time” en een arrestatie volgt. Bert poogt tevergeefs verhaal te halen, terwijl hillbilly #2 zich ondertussen met complot theorie tegen mij keert omdat mijn Engels niet klinkt als dat van een buitenlander. Ik word boos en scheld hem verrot, in het Nederlands en Engels welteverstaan. Maar het hotelbed, dat schreeuwt veel harder om aandacht. En dus besluiten we wijselijk af te taaien.

De volgende dag kondigt zichzelf aan met een kater en een regenachtige ochtend, zo blijkt als we brak de gordijnen voorzichtig open trekken. Uitslapen is het devies voordat we in begin van de middag een wandeling aanvangen via West End richting Vancouver Harbour. Eenmaal daar, na het passeren van een mix van winkelend publiek en mannen in pak haastig onderweg naar hun volgende afspraak, spotten we een enorm cruiseschip van de Holland America line in de haven met uitzicht op North Vancouver. Na het besef dat het schip bezig is met aanmeren en de -vermoedelijk voornamelijk- Nederlandse toeristen in honderdtallen losgelaten zullen worden, vluchten we terug het centrum in. Lopend in een straatbeeld van moderne, glazen hoogbouw en art deco skyscrapers passeren we op Howe Street de Vancouver Art Gallery. Daar spotten we een standbeeld van Douglas Coupland: een gigantisch sculptuur van zijn eigen hoofd dat, op verzoek van de kunstenaar zelf, volgeplakt dient te worden met kauwgom door voorbijgangers (foto #2).

copy IMG_9169 (696x1024)

Later in de middag werkt een soepje bij Cactus aan ons langzame, lichamelijke herstel en besluiten we voor het daadwerkelijke avondeten nog even wat uit te rusten in het hotel. Ook vandaag is er geen post voor “Mister Struijk”. De lange dagen beginnen hun tol te eisen, dus schieten we zonder nog al te grote sightseeing plannen langzaam in een algehele relax modus. Voor het dineren lopen we terug naar Yaletown, een kosmopolitische buurt waar boetiekwinkeltjes en kunstgalerijen afgewisseld met lokale restaurantjes het straatbeeld vormen. We strijken binnen neer bij het schattige, kleine Yaletown L’Antipasto dat we al na een eerste hap van de voorgerechten als aanrader classificeren. In bar 1181 proosten we erna op een goede nachtrust waarop één van de twee ezels, genaamd Alwin, eenmaal buiten besluit zich alsnog tegen dezelfde steen te stoten en aangeeft nog “heel even” tussen een bont publiek de dansvloer in The Pumpjack Pub onveilig te gaan maken. *Ahum*, tot in de late uurtjes dus.

Dag 17 van de reis arriveert en de wijzere ezel wandelt in de ochtend al richting Stanley Park terwijl de thuisblijver zich nog even omdraait. Rond 11 uur lopen we uiteindelijk samen via Pacific Street en Beach Avenue met uitzicht op English Bay (foto #3) naar het stadspark. Stanley Park blijkt immens groot (ruim 400 hectare) en wordt vaak gerangschikt (o.a. door Travel and Leisure Magazine en TripAdvisor) onder de beste stadsparken in de wereld. Skaters en fietsers domineren de zeedijk (False Creek Seawall) rondom het park tot we ruim een uur later, na een stop bij Third Beach, besluiten via een trail dwars door het park terug te lopen. Omringt door een woeste mengelmoes van onder andere Douglassparren en reuzenlevensbomen (foto #4) vergeten we even dat we daadwerkelijk in een stadspark lopen tot we weer op de Stanley Park Drive arriveren en de roeiers van de Vancouver Rowing Club in de haven in actie zien. Het zomerse weer is terug gekeerd en via het Devonian Harbour Park besluiten we voor een late lunch en drankje naar Davie Street te lopen. Bij aankomst in de straat blijf ik even verwonderd staan om te aanschouwen hoe een oude man zorgvuldig met My Little Pony paardjes een optocht op een regenboog zebrapad creëert, waarna de eerste voorbijrijdende auto na groen licht de stoet omver rijdt en de man vervolgens bij rood licht het gehele ensemble geduldig opnieuw uitstalt. Op het overvolle terras bij The Fountainhead schuiven twee mannen naast ons aan een lange, hoge tafel aan waarop één ons al snel vraagt of we Nederlands zijn. Hij blijkt geboren en getogen in Canada, maar spreekt door zijn ouders uit Overijssel en Gelderland een aardig woordje Nederlands wat aanleiding geeft zijn ouders levensverhaal aan te horen en Nederlandse Canadezen te bespreken. Evert van Benthem kent hij, tot onze “grote” ontsteltenis, niet waarop zijn vriend uit Peru plots (door recente nieuwsberichten) de naam Joran van der Sloot laat vallen en we lachend proberen het gesprek weer een aangenamere kant (wiet, Amsterdam, windmolens!?) op te sturen. Na een tussenstop bij het hotel (nee, nog steeds geen post voor de heer Struijk) dalen we Davie Street af naar The Wine Bar (TWB) aan de Marinaside Crescent. Het oogt er rustig en meer geschikt voor een glas wijn op het terras overdag met uitzicht op de dok in False Creek, dus besluiten we fajitas te eten in Yaletown. Na de maaltijd nemen we een kijkje bij een andere wijnbar, Uva Wine & Cocktail Bar, waar de sfeer meer zaterdag waardiger is dan bij TWB. Het James Danderfer Trio brengt er jazz met een jaren 1930 cabaret sausje terwijl Bert en ik aan de bar gemoedelijk een glas wit en rood weg nippen. Het laatste drankje drinken we, het lijkt zowaar al een traditie, in The Pumpjack Pub waar Bert definitief concludeert het een verschrikkelijke bar te vinden en ik uiteraard (traditie is immers traditie) wat langer blijf om solo het tegendeel te bewijzen.

copy IMG_9173 (1024x495)

copy IMG_9178 (682x1024)

De laatste volle dag breekt aan en als we het Canada reisboek laat in de ochtend nog maar eens open slaan, valt ons oog op Grouse Mountain. Bert oppert in de middag aan de voet van deze 1.200 meter hoge berg de gondellift te nemen en ik zie al voorzichtig uit naar het vast prachtige uitzicht op Vancouver. Terwijl we richting Stanley Park wandelen blijkt echter al snel dat het vertrekpunt verder ligt dan we dachten en we de Lions Gate Bridge zouden moeten oversteken waarna er uiteindelijk niet genoeg tijd meer zal zijn om daadwerkelijk nog van het uitzicht te genieten. Een rondje ‘Hop-On, Hop-Off’ biedt ons na een snelle wijziging van de plannen een leuk alternatief in het park zelf en rijdt ons langs de bekende ‘Totem Poles’ en een mooi uitzicht op Lions Gate Bridge (foto #5) bij ‘Prospect point’. De terugweg besluiten we, gemotiveerd door het mooie weer, via de False Creek Seawall terug te wandelen naar de stad (foto #6). Na een klein afscheidsrondje op Davie Street (foto #7) bij The Fountainhead en The Pumpjack frissen we ons op in het hotel om de vakantie af te sluiten bij twee van onze favoriete plekken in de stad: Yaletown L’Antipasto en Uva. De wine flights in de wijn bar worden geserveerd met glimlach, verbale uitleg en een korte toelichting per wijn op de witte, rechthoekige onderzetter van papier onder de drie glazen op rij. Het blijkt de perfecte afsluiter van een geslaagde vakantie voor we moe en voldaan aftaaien naar het hotel.

copy IMG_9201 (1024x658)

copy IMG_9206 (703x1024)

copy IMG_9209 (701x1024)

De wekker gaat rond 9 uur en het inpakken van de koffers confronteert ons in de ochtend al snel met de harde realiteit van de terugkeer naar Nederland. Na een discussie en mislukte google pogingen om te achterhalen hoeveel wijnflessen we naar Nederland mogen importeren, laat Bert één van de flessen rode wijn achter op de hotelkamer met een door mij geschreven briefje als bedankje voor de ‘housekeeping’. “That’s a first”, horen we de huishoudster al bijna denken en schieten in de lach waarna we uitchecken en, na een tussenstop bij Starbucks, in de Skytrain naar het vliegveld definitief afscheid nemen van Canada.

Epiloog
Eenmaal thuis landt er in Scheveningen binnen enkele dagen post op de deurmat van Hotel The Inn At False Creek Quality Hotel Vancouver. Er was uiteindelijk toch nog post voor de heer Struijk in Vancouver en het 100% Vancouver boekje is na haar kleine wereldreis uiteindelijk ook weer veilig terug in Nederland.

Mijn locatie .

Comments 1 Reactie »

Rise and shine: we starten de dag waar de avond geëindigd is, in Rolly’s Restaurant. In de middag zullen we met het Witte Monster om één uur de oversteek maken naar Vancouver Island met een veerboot van BC Ferries. “Arrive at the terminal 30-60 minutes before departure”, benadrukt Bert nogmaals lezend in de bevestigingsmail, dus zit ik na mijn laatste aardappelpartje al snel na het ontbijt stipt op tijd in de auto voor de rit van twee uur. Eenmaal in de rij voor de ferry gaan de motoren van alle auto’s uit en doden we wat tijd in de zon met de matige koffie van Starbucks -tot er om wordt geroepen dat alle bestuurders hun auto weer dienen te betreden. Op het laatste moment besluit ik, geïrriteerd door snoepwikkels en andere troep in de auto, nog even op en neer te lopen naar een vuilnisbak en voeg me erna weer bij Bert in de auto. “Het ticket bewijs voor de veerboot lag toch net hier,” vraagt Bert hardop al wijzend naar het bakje tussen de twee auto stoelen. En jawel, daar volgt ons -bijna dagelijkse- paniek momentje als ik concludeer dat ik de ferry voucher net weg gegooid heb. Bert verlaat halsoverkop de auto en snelt zich naar de vuilnisbakken terwijl ik me in mijn hoofd inmiddels achter ons al een ongeduldige, toeterende menigte inbeeldt. Gelukkig blijkt de deur van de vuilnisbak te openen en weet Bert het ticket nog tussen het vuil uit te grissen. Ik besluit na de goede afloop de rest van de vakantie niets meer in de wagen te verplaatsen.

Twee en een half uur later arriveren we eindelijk bij Paul’s Motor Inn in Victoria. De lucht is helder en we beginnen aan een wandeling op Wharf Street als de zon ons al snel sommeert te stoppen voor een drankje op het terras bij The Local (foto #1). We lijden aan “sightseeing tiredness”, concludeer ik als ook Bert geen aanstalten maakt om na het eerste drankje de wandeling weer voort te zetten en we tussen een mix van toeristen, luchtmacht personeel en cocktail drinkende tienermeisjes een volgende ronde bestellen. Vergezeld met kaasplankje, uiteraard. Na een frisse douche terug in de Inn zetten we onze zucht naar drank en eten door bij het hippe Veneto in Hotel Rialto. Het eten smaakt prima terwijl we zowel links en rechts van ons stelletjes op een afspraakje aanschouwen. ‘Monday evening, dating night’ wellicht? Zo rollen we in de avond moeiteloos door naar Darcy’s Pub voor wat live muziek covers en eindigen we in Paparazzi Nightclub. ‘Monday night, karaoke night!’ blijkt in deze club. We ontmoeten er drie jonge knullen die televisieprogrammamaker Jambers zijn bekende spreuk “Overdag is hij een doodnormale jongen, maar ‘s avonds…” nieuw leven inblazen. Met een biertje in de hand kijk ik de rest van de nacht met een lichte ‘twilight zone’ verbazing naar twee van hun die in duet vorm op cabareteske wijze het ene na het andere liedje op een trage “My Way” (Frank Sinatra) manier van a tot z voor een vrijwel lege zaal zingen. Het Jambers beeld voor overdag is compleet nadat de derde, flamboyante gozer me heeft uitgelegd dat ze in de stad zijn voor de Walking With Dinosaurs arena show en zij de mannen zijn die de enorme, mechanische dinosaurussen bedienen.

IMG_20140915_180706 (629x1024)

*Au!* Mijn hoofd bonkt en met moeite sleep ik mijn lichaam achter Bert aan naar Government Street voor een ontbijt -rond lunchtijd- bij het schattige Cascadia Bakery. Toast met jam en koffie doen ons ietwat opleven waarna we richting de haven op onderzoek uit gaan naar ‘whale watching’ opties. Bij het Visitors & Convention Bureau herkennen we een stand van een folder van Prince of Whales, doen er navraag, boeken last minute een middagtrip en snellen ons door tijdsdruk terug naar het hotel voor het ophalen van vesten (op advies van het meisje van de stand) en zoom objectief (op mijn verzoek). Dat vest blijkt na ons gehaast een uur later, zwetend op de kade in een rood ‘cruiser suit’, overbodig (foto # 2). De groep die de zodiac boot bestijgt, bestaat uit tien personen waaronder nog een Nederlands koppel. Eenmaal uit de haven geeft de stuurman, gevoed door twee keer 200 HP, gas nadat hij via zijn portofoon navraag heeft gedaan waar er die dag voor het laatst walvissen gespot zijn. De zodiac danst op de golven en door de frisse wind in mijn gezicht ben ik binnen enkele minuten nuchter. Na ruim een half uur varen langs de kust in de straat van Juan de Fuca spotten we op afstand een groep orka’s in een baai waar een ‘whale research’ team de dieren al enkele uren bestudeert. “Alle andere boten moeten verplicht een afstand van minimaal 100 meter aanhouden, tenzij de zoogdieren zelf naar ons toe komen zwemmen,” geeft de stuurman aan. Ik richt mijn camera op de dieren, tuur door de lens en stuntel door het gedein op het water met het schieten van een fatsoenlijke foto. Iedereen uit de boot kijkt adembenemend toe hoe de familie van orka’s, inclusief adoptie kind (het is voor de onderzoekers een raadsel waarom één van de orka’s de eigen groep ooit verlaten heeft), zich door het water verplaatst en af en toe onder duikt. De stuurman geeft ons onderwijl uitgebreid informatie over deze specifieke groep “killer whales” en de zoogdieren in het algemeen. Ik heb dan ook moeite mijn lach in te houden als de Nederlandse dame in de boot zich na een kwartier verward tot haar man richt en zegt: “Hij zegt de hele tijd ‘whales’, maar dit zijn toch orka’s?”. De laatst gespotte bultruggen (humpback whale) lijken helaas al zijn te vertrokken naar het Zuiden, dus besluit de stuurman de rest van de trip de orka’s op afstand te volgen als blijkt dat ze aan de kust van een eiland op zoek gaan naar eten (foto #3). De paniek bij de zeehonden op rotsen is zichtbaar als de groep orka’s ze benaderen en niet veel later spotten we drijvend in het water een zeehond met beetteken als bewijs van de geslaagde jacht onder water. Enkele keren zien we de orka’s zelfs van dichtbij (foto #4), met dank aan de stuurman die met zijn ervaring de gehele middag beter weet te anticiperen op de verwachte route van de orka’s dan zijn conculega’s om ons heen. Op de terugweg stuurt hij de zodiac weer vol kracht haaks op de golven en keren we na drie uur terug in de haven van Victoria.

IMG_20140917_141649 (1024x613)

copy IMG_9049 (1024x550)

copy IMG_9078 (1024x557)

Tussen oude wielrenfietsen, oldtimer Vespa’s en zwart-wit pin-up posters delen Bert en ik aan de bar van pizza & wine bar Fiamo een kwartier later tevreden een pizza. We praten wat met de catwalk-waardige barman over de conclusie hoe klein de mens in het heelal eigenlijk is na het aanschouwen van ‘wild life’ en zijn enigste bezoek aan Italië (-niet om te lopen op catwalks in Milaan, maar om te golven!?-), waarna we met een tussenstop in het hotel een hapje gaan eten bij The Tapa Bar in Trounce Alley. Na de smakelijke “food for sharing” gerechten blijkt de nieuwe zuster locatie Bodega Wine Bar gerieflijk naast de deur te liggen en gaan we op advies van de bardame onder het genot van lounge klanken over op rode wijn. Hier eindigt de avond. Het laatste biertje bij Paparazzi Nightclub in een ambiance van dronken, dansende vijftigers met stierlijk verveelde ‘fag hags’ en een ijverige kunststudent gevaarlijk bewapend met kleurpotloden aan de bar, wis ik voor het gemak graag uit mijn geheugen.

Twee vermoeide mannen wachten de volgende dag geduldig op koffie en ontbijt bij Wild Coffee op Yates Street. Bert wil wandelen in Beacon Hill Park en ik heb de kracht niet om tegen te stribbelen. Bij aankomst oogt de rand van het park erg saai en droog tot we de paden verder volgen en struinen langs onder andere vijvers, pauwen, ganzen en sierlijk aangelegde tuinen. Onze looproute in het park, dat zowel populair bij toeristen als de lokale bevolking blijkt, eindigt nabij het strand als we oog in oog staan met de vier-na-grootste grootste totempaal ter wereld. Met moeite negeer ik de Geer & Goor grappen die opborrelen en lopen we langs de rand van het park terug naar het centrum (foto #5). Het miezert als we tijdens een pauze in het café van het Royal British Columbian Museum aan een espresso nippen. Na overleg laten we het immense museum voor wat het is en rusten we, na een lunch bij Varsha op Government Street, wat uit in de hotelkamer. Om het laatste vinkje op de “to do” lijst van Victoria te kunnen zetten, pakken we alsnog de auto voor een rit van een half uur naar de Butchart Gardens. In 1907 is een dame genaamd Jennie Butchart samen met haar man gestart met het bouwen van een tuin in de steengroeve nabij hun huis en inmiddels trekt deze enorme groep van tuinen bijna een miljoen bezoekers per jaar. Dat laatste feit merken we al direct na aankomst, als we ons een weg banen tussen bejaarden en Aziaten naar de ‘sunken garden’ (foto #6): een prachtige tuin vol bloeiende bomen met nog maar weinig zichtbaar van de oude cementfabriek die er ooit stond. Via de ‘rose garden’, waar ik gniffelend onder andere de ‘Dolly Parton’ roos spot, lopen we achtereenvolgens door de sprookjesachtige ‘Japanese garden’, de sierlijke ‘Italian garden’ en de wat woestere ‘Mediterranean garden’. Je kunt hier en daar al zien dat de herfst zich langzaam aankondigt, alhoewel een groot gedeelte van de tuinen ook nog volop in bloei staat (foto #7). Als het begint te miezeren, keren we terug naar de auto en concluderen we beiden dat Butchart Gardens mooi is, maar wat ons betreft geen absolute must-see op Vancouver Island.

IMG_20140917_141343 (1024x623)

IMG_9131 (683x1024)

IMG_20140917_155434 (1024x576)

De avond staat in het teken van een laatste afscheidsronde langs enkele van onze favoriete plekjes. Zo beginnen we voor het diner met ‘spaghetti and XL meatballs’ bij Fiamo en eindigen we vertrouwd met het allerlaatste glas wijn in Victoria bij Bodega: “Proost! Op morgen. Op de laatste bestemming van de vakantie. Op Vancouver!”.

Mijn locatie Amstelveen, North Holland, The Netherlands.

Comments Reacties uitgeschakeld voor Killer whales and dinosaurs (Victoria; 15, 16 & 17 september 2014)

Vandaag vertraagt een kater het -bijna dagelijkse- ochtendritueel van de koffers inpakken voordat we de SUV weer in kunnen op weg naar de volgende bestemming. The Holy Bible, die standaard in nachtkastjes op hotelkamers in Canada ligt, blijft na een laatste kamer check wederom onaangeroerd achter als we de drie uur durende reis naar Lytton uiteindelijk aanvangen. Het kleine dorp is in 1858 gegrondvest tijdens de goudkoorts en bevindt zich waar de Thompson River en Fraser River samenvloeien. Dit laatste feit is de reden van ons bezoek, daar Lytton morgenochtend zal fungeren als vertrekpunt voor een river rafting tour. Onderweg is het aan het woestijnachtige landschap op de bergen zichtbaar dat het gebied hete, droge zomers kent. Nog geen week geleden toonde het dashboard in de auto -3 Celcius aan en nu kruipen we richting de 30 graden. Aan het einde van de route volgen we op de Trans-Canada Highway rechts van ons de Thompson River en spotten we een paar rafting boten. Het ziet er vanaf de snelweg indrukwekkend uit en tot mijn eigen verbazing (plus hilariteit van Bert) word ik een beetje zenuwachtig bij het zien van enkele stroomversnellingen. Als even later de Fraser River opdoemt, arriveren we in het kleine dorp dat slechts twee hoofdstraten en zeven kleinere straten groot is. Door de lege straten en muurschilderingen in de vorm van zwarte schaduwfiguren voelt Lytton zelfs op een zaterdagmiddag een beetje aan als een spookstad (foto #1). Na het inchecken bij het Totem Motel bezoeken we de supermarkt en belanden we voor een late lunch in de Lyl’Towne Deli & Sandwich Shop. In een setting die niet zou misstaan in een film van Quentin Tarantino (foto #2) nuttigen we, hongerig van de rit zonder tussenstop, een eiergerecht. Aan de muur prijken aandoenlijk een aantal kleurrijke vaantjes. Als horeca gelegenheid in een kleine gemeenschap is het blijkbaar elk jaar prijs. Terug bij het huisje genieten we bij de rivier met wat leesvoer van de ondergaande zon. In de picknick tuin zit een ouder Nederlands stel waarvan de vrouw vraagt of we toevallig een lader voor de accu van haar camera te leen hebben en ons erna uitgebreid over hun reis bijpraat. Later die avond komen we het stel in het Lytton Hotel weer tegen, niet verwonderlijk aangezien er verder in het dorp geen restaurant open is. Na een hoeveelheid nachos, die ons doen twijfelen het hoofdgerecht af te zeggen, volgen soep en salade wijselijk gepaard met een alcohol loze versnapering. Bert ligt er vroeg in en na een half uur cartoons op TV (vol bizar geweld en seksueel getinte grappen) volg ik hem en val in slaap met het geluid van de voorbijrijdende treinen op de Canadian Pacific Railway op de achtergrond.

IMG_20140917_142010 (1024x576)

IMG_8977 (683x1024)

We zijn vroeg uit de veren als we iets na 8 uur tussen de ‘blue collar men’ weer plaats nemen in Lyl’Towne Deli. Een ‘butch’ meisje (het regenboog embleem op haar hoedje verklaart haar stoere blik) serveert ons een broodje ei en koffie om wakker te worden. Terwijl de in flanel geklede mannen met hun pick-up truck (foto #3) naar werk gaan, rijden wij tien minuten met het Witte Monster naar Kumsheen Rafting Resort. We arriveren ruim op tijd en maken tot de groep zich moet verzamelen voor een korte busreis wat foto’s van de omgeving (foto #4). Acht mensen nemen bij stuurvrouw Mary en de chauffeur plaats in de oude schoolbus waarna we richting het Noorden langs de Thompson River rijden op weg naar het vertrekpunt. Vier passagiers hebben gekozen voor een ‘paddle’ trip (zelf peddelen), de andere vier -waaronder Bert en ik- voor de ‘power’ optie (de motor doet al het zware werk). Mary legt uit dat de motorboot de rest van de dag als ‘buddy’ zal fungeren van de groep die gaat roeien. De roeiboot zal bezet worden door drie drukke meiden rond de dertig uit Vancouver en ervaringsdeskundige Dwayne terwijl Bert en ik in de ochtend in de motorboot gezelschap gehouden worden door twee oudere dames uit Lytton. Verschil moet er zijn.

IMG_20140917_142147 (1024x615)

IMG_20140917_142307 (1024x592)

Ik adem nog wat lastig nadat Amy mijn zwemvest strak aangetrokken heeft en in de enorme rubberboot aan haar veiligheidsinstructies begint. In een kleine tien minuten legt ze onder andere uit wat je te doen staat mocht je overboord vallen en geeft ze het signaal aan waarop iedereen zich aan het touw onder zich dient vast te houden voordat we de stroomversnellingen in zullen gaan: “HOLD ON!”. Als ook duidelijk wordt waarom het zwemvest zo strak zit (“If we lift you back into the boat, we don’t want to end up with just a life jacket in our hands”), zijn we klaar om te vertrekken. Het water is 17 graden Celsius en de temperatuur zal die middag oplopen tot 31 graden.

We beginnen rustig en genieten van het uitzicht op de zandsteen- en granietklippen aan de oever terwijl Amy ons over de omgeving vertelt en met de 30 PK motor de boot af en toe bijstuurt. De eerste stroomversnelling, de ‘Frog’, volgt en is vernoemd naar de vorm van de rots die de rivier in het midden in tweeën splitst. “Hold on”, roept Amy waarop we de singels onder ons grijpen, ze de motor laat razen en ons vol in de golven stuurt. De boot vliegt herhaaldelijk omhoog om vervolgens in het schuim onder ons weer naar beneden te donderen. Bert en ik hebben gekozen voor een plek voorin de boot en worden bedolven onder plonsen ijskoud water tot we na de ‘rapid’ weer langzaam met de stroom verder glijden. We zijn kletsnat. Na de versnelling wachten we op de roeiboot en kijken toe hoe zij samen met hun stuurvrouw de golven met hun peddels trotseren. Het enthousiasme van hun samenwerking is aanstekelijk en eindigt steevast na iedere versnelling in een high five van de vier peddels in de lucht gepaard met een soort cowboy kreet van opwinding. Het hardst wordt gejuicht door één van de drie meiden die met haar lange, donkere vlecht eruitziet als een wat vollere versie van Lara Croft uit de video game Tomb Raider. “De volgende keer ga ik ook peddelen,” maak ik op richting Bert. De ochtend verloopt snel maar redelijk rustig, afgewisseld met enkele stroomversnellingen, als we later aanmeren en enkele rotsen beklimmen voor een lunchstop in een klein landhuisje. In de zon genieten we van een Mexicaanse wrap en limonade terwijl de zwemvesten te drogen hangen. Lara praat Bert en mij bij over het nachtleven van Vancouver en Dwayne vertelt over de ruim vijftig rafting trips die hij de afgelopen jaren al gemaakt heeft.

Vanaf de rotsen kijken we toe hoe de zes nieuwe mensen de veiligheidsinstructies tot zich nemen voordat we aan het middag gedeelte van de trip beginnen. De nieuwkomers bestaan uit een gezin (vader, moeder, dochter en zoon), één ‘first nation’ jongen en een man van middelbare leeftijd. Meer ‘rapids’ volgen die middag (foto #5) en het is grappig om te zien hoe de eerste golven water de passagiers voorin verrassen. Elke ‘rapid’ heeft een komische, angstaanjagende naam (Devil’s Kitchen, Cutting Board, Jaws of Death), verzonnen door de oprichter van Kumsheen. De dochter van het gezin besluit tussen twee stroomversnellingen in te gaan zwemmen nadat Amy aangeeft dat ze dan wel constant het touw aan de buitenkant van de boot dient vast te houden. Als ik haar samen met Amy de boot weer in hijs door haar gezamenlijk via de schouders van haar zwemvest met één ruk de boot in te takelen, lacht ze zelf nog het hardst vanwege de lompe situatie: “Well, that was highly unflattering. I felt like a dead seal”. Dat veiligheid een noodzaak is, zien we even later als we horen dat een andere roeiboot is omgeslagen doordat de onervaren roeiers aan de gevaarlijke kant van een stroomversnelling zijn gaan varen. Gelukkig vindt een andere rafting tour de omgeslagen boot en kunnen de heren hun tocht weer voort zetten. De spiegelreflex camera, vermoedelijk van dezelfde mannen, die wij kort erna in een tas uit het water vissen is echter drijfnat en lijkt dan ook overleden. De laatste ‘rapid’, die ‘The Washing Machine’ heet, is betrekkelijk rustig waardoor Amy aangeeft dat de liefhebbers deze versnelling ook zwemmend mogen beleven. Hierop spring ik samen met twee anderen in het water en laat me aan het touw meevoeren in de versnelling. Het water is koud, maar het is een mooie ervaring en het geeft je enigszins een gevoel van hoe krachtig de rivier is. Uiteindelijk bereiken we Lytton en spotten op de oever een berenjong zonder moeder in zicht, de eerste beer die Bert en ik deze vakantie in levende lijve tegen komen. Het wildwatervaren eindigt hier, waar het heldere water van de Thomspon op de troebele stroom van de Fraser stoot.

IMG_20140917_155739 (1024x683)

Na de busrit terug, springen Bert en ik nog even in de jacuzzi bij Kumsheen Resort, schaffen vervolgens een van de digitale foto’s van de trip aan en stappen erna weer omgekleed in de auto voor een rit naar het dorp Hope. Onderweg zien we een berenjong oversteken op de snelweg en vragen we ons af of dit het andere berenjong is van de familie die Amy eerder aangaf meerdere malen afgelopen zomer gezien te hebben. Als we arriveren in Hope en de auto uitladen beseft Bert dat zijn witte G-star sneakers nog staan te drogen op het parkeerterrein van Kumsheen Resort. “Een goede reden om nieuwe te kopen,” besluit hij schouderophalend waarop we, op basis van de app Yelp, met goede trek lopen richting Joe’s Restaurant & Lounge voor het avondeten. Het blijkt er druk en een tafel reserveren is niet mogelijk, dus adviseert de serveerster na een berisping van -we vermoeden- haar baas ons het over een half uur nogmaals te proberen. Aan de overkant doden we in de koffiebar Blue Moose de tijd aan de bar met een wijntje terwijl de lokale politie een tafel verderop onder het genot van koffie een break neemt tijdens deze rustige zondagavond. Eenmaal terug bij Joe’s geeft de baas achter de bar aan dat de keuken alsnog vroeg gaat sluiten waarop wij haar wijzen op de klungelige informatie eerder en Bert een scheldkanonnade de zaak inwerpt voordat we vloekend het restaurant verlaten. Dus belanden we na een zoektocht door de straten van alweer een spookstad-slachtoffer van de goudkoorts wederom in een ‘all American diner’ waar het personeel weliswaar niks van sfeerverlichting begrijpt, maar gelukkig wel verstand heeft van service, vriendelijkheid en eten. Na een leuke dag en alsnog met een volle maag kost het ons dan ook totaal geen moeite om in het plaatselijke Best Continental Motel vroeg in de avond in slaap te vallen.

Mijn locatie .

Comments Reacties uitgeschakeld voor Hold on! (Lytton/Hope; 13 & 14 september 2014)

Het is ochtend en de Southern Yellowhead Highway wacht nog even op ons terwijl we de Strawberry Moose Snackery betreden voor ons ontbijt. De eenvoudige blokhut opgesierd met pluche en houten elanden ademt het woord ‘homemade’ en gelukkig proeven we dit ook terug in de bestelde vega sandwich en American koffie: vers en zelfgemaakt. Het is een komen en gaan van toeristen die muffins en broodjes in slaan voor ‘on the road’ tot arbeiders die eigenhandig een ‘refill’ bij de bar in hun thermoskan schenken en genoegzaam Canadese dollars in het rieten mandje ernaast werpen. De 4 uur durende rit in het verschiet zal ons naar Kelowna brengen, een stad gelegen in de Okanagan Valley. Dit gebied is met haar warme zomers en koude winters uitermate geschikt voor wijnbouw, wat we hopen te proeven tijdens de wijntour die een dag later in de planning ligt.

“Change engine oil soon,” leest Bert voor vanaf het dashboard als we ongeveer een klein uur, onbezorgd genietend van de uitzichten en met Jack Johnson vertrouwd op de iPod speaker tussen onze autostoelen in, gereden hebben. Ik grijp naar één van de vele Dodge boekjes uit het dashboard kastje en begin driftig te bladeren op zoek naar een instructie met betrekking tot deze melding. “Binnen 1.000 kilometer dient de motorolie vervangen te worden,” concludeer ik al lezende. Wat volgt is een discussie over wat we nu het beste kunnen doen, een gesprek dat eigenlijk vooral mijn gebrek aan kennis over auto’s illustreert. Als ik tenslotte gekscherend voorstel dat er niets anders op zit dan dat Bert zelf de oude olie met behulp van een rietje uit het reservoir dient te zuigen, besluiten we de rit zonder extra tussenstop af te maken om later in Kelowna het autoverhuurbedrijf te bellen. Met Kalamalka Lake en Wood Lake links van de Okanagan Highway, keert door dit oogstrelende panorama vlak voor de eindbestemming gelukkig de rust weer terug.

De middag staat, na een late lunch bij JOEY Restaurants waar we na het afrekenen nog even kort een blonde, Canadese serveerster spreken wiens Nederlandse vader piloot is bij KLM, voornamelijk in het teken van de wasjes draaien in het Okanagan Seasons Resort. Bert bewaakt met een boek op schoot en glas wijn in de hand zijn G-star shirtjes die hij over meerdere tuinstoelen in de zon gedrapeerd heeft, terwijl ik op en neer loop naar de droger na was instructies van een Amerikaanse toerist een uur eerder (met een knipoog zuchtend: “Oh, you boys should not even be allowed to travel without women”). Het Witte Monster mag blijven na een telefoongesprek met Alomo Rent A Car waarin men het min of meer aan onszelf over laat om door te rijden of de auto te ruilen op Kelowna Airport. Dat vieren we die avond met eten en wijn bij Cactus Club Cafe op loopafstand van het resort, onderdeel van een keten (zo blijkt later tijdens de vakantie) van restaurants dat ‘Every Customer Leaves Happy’ als motto heeft. Erg Amerikaans, maar ze maken het waar qua bediening, eten en wijn. Aan de vrijstaande, ovale bar vind je voornamelijk mannen met honkbalpetjes die met één oog naar sportwedstrijden boven de bar kijken terwijl hun vriendinnen al kletsend tegen een half luisterend oor van hun ‘daily special’ cocktail nippen. In het restaurant gedeelte is het een bonte mix van gezinnen, stelletjes en vrienden groepen die in de vierkante nissen onder het genot van fajitas (onze keuze met wijntip van de serveerster: See Ya later, ‘Five Senses’ Gewürztraminer, 2011), steak of salade de dag nabespreken. Het laatste biertje van de dag nuttigen we bij JOEY waar de shift van de serveerster met Nederlandse ouders al voorbij blijkt en het vervangende barpersoneel vers uit de sportschool is komen rollen: nog één keer proosten we op de aankomende wijntour waarvoor we de nabije ochtend half 10 al klaar moeten staan.

Het is 9:20 uur en de Mercedes-Benz Sprinter arriveert als we bij de receptie wachten op de pickup van Uncorked Wine Tours. We zijn de eersten en schudden handen met de bestuurster die Judy heet en enige gelijkenis heeft met (een jonge versie van) Jamie Lee Curtis. Ze heeft -tót een overname- zelf in een wijngaard gewerkt en geeft vrolijk aan dat je haar haar dan ook alles kan en mag vragen. “Though I shall try not to interrupt the guides at the winery, since that is just rude. Unless I hear nonsense, like this one time when a young new female employee mentioned rosé is just white wine with a little red wine added”, voegt ze toe terwijl we naar de volgende ophaalplaats rijden. Bij die volgende stop adviseert Judy een oudere dame terug naar de receptie te lopen aangezien de –zo vermoeden Bert en ik door haar accent- Nederlandse dame een andere tour heeft geboekt. Wel verwelkomen we Amanda en Bianca in Judy haar bus. Amanda krijgt een kleine, paarse tiara aangereikt van Judy die erbij aangeeft dat we een aanstaande bruid in de groep hebben. Er worden zondag 135 gasten verwacht voor haar bruiloft op het chique CedarCreek Estate Winery en ze gunt zich met haar beste vriendin Bianca een dag ontspanning terwijl de mannen een dagje golven. Op de laatste stop ontvangen we de resterende zes gasten: een pas getrouwd stel uit Victoria en twee met elkaar bevriende koppels. Een van de blonde vrouwen, een type zwevend tussen Sex & the City en Gooische Vrouwen, drukt gelijk haar humoristische stempel op de dag als Judy vraagt of ze een voorkeur heeft wat betreft zitplaats: “If it wasn’t for directions, I would have been seated in the driver’s seat already”.

Via de William R. Bennett Bridge en het idylle Boucherie Road eindigen we in West Kelowna bij onze eerste locatie: Mission Hill Winery. Judy heeft tijdens de rit al aangegeven dat we beginnen bij de grootste wijnmakerij en erna steeds kleinere locaties zullen bezoeken. Het groteske landgoed van Mission Hill oogt als een mix tussen Toscaanse en Franse architectuur, inclusief een 25 meter hoge klokkentoren en prachtig openlucht terras restaurant. Na de eerste stap uit het busje blijkt al snel dat sommigen van ons niet voor de architectuur komen als ik rechts van me de jonge vrouw van het pas getrouwde stel met een glimlach hoor zuchten richting haar man: “Oh, bring on the wine already”. Terwijl de rest van de groep, in afwachting van de rondleiding, foto’s maakt in de omgeving van onder andere de wijngaarden, de rozenstruiken (die dienen als waarschuwing bij plantenziektes) en beeldige sculpturen (van de IJslandse artiestt Steinunn Thórarinsdóttir), snelt het stel zich dan ook naar binnen in een rechte lijn naar de ‘tasting bar’. Het is op dat moment 10 over 10 in de ochtend. Dit belooft een gezellige dag te worden.

Het jonge meisje van de rondleiding praat ons voornamelijk bij over de geschiedenis van de wijnmaker en de Okanagan omgeving. De introductiefilm die we te zien krijgen kijkt weg als een over-the-top Amerikaanse commercial over het bedrijf zelf wat enigszins op de lachspieren werkt waarna we uiteindelijk mee worden genomen naar de indrukwekkende wijnkelder met ruim 800 wijnvaten (foto #1). Drie wijnen hiervan mogen we een kwartier later proeven in een privé salon. Eén van de twee rode wijnen belandt even later met Bert zijn naam, gemarkeerd door Judy op de fles met een kleurkrijtje, als eerste aanwinst van de dag achterin een kartonnen doos in het Mercedes busje. De fles steekt wat af bij de doos ernaast die al half vol is: het pasgetrouwde stel blijkt vastberaden met een privé keldervoorraad na hun huwelijksreis weer in Victoria terug te keren.

IMG_20140913_180433 (1024x610)

De bus daalt Boucherie Road af naar Quail’s Gate. Hier vertelt oenoloog Pierre met een Frans accent ons over deze familie wijnmakerij terwijl hij ons vier wijnen laat proeven. Judy tovert bij de laatste rode wijn een trommeltje met stukjes chocolade uit haar tas terwijl we het uitzicht op Okanagan Lake (foto #2) tot ons nemen en tussen de slokken door vragen op Pierre afvuren. Brood of water lijken in Canada geen onderdeel van de proeverij te vormen, dus teer ik op de paar sneetjes toast van vanmorgen en herhaal in gedachten: dit belooft een gezellige dag te worden.

copy IMG_8918 (670x1024)

Bij Little Straw Vineyards mogen we van de dame die de proeverij vanachter de bar begeleidt vier wijnen kiezen uit een selectie van acht die zij één voor één zal presenteren. Bianca gooit een beteuterd gezicht in de strijd en vraagt of zij ze niet allemaal mag proeven. “That is prohibited by law”, reageert de dame streng, maar hint er wel op dat je natuurlijk altijd per tweetal om en om een keuze kan maken en zo alle wijnen alsnog kan proeven. Dat klinkt als een goed plan, dus als de volgende wijn gepresenteerd wordt, reageer ik iets te enthousiast als ze mijn glas met 1 oz. (one ounce) wil bijschenken: “Yes. But NOT for him though”. Het oogt alsof ik wil aangeven dat Bert nu al genoeg heeft gehad en ik verder bepaal wie nog wat krijgt vandaag waardoor de dame achter de bar terug deinst met haar fles en schertst: “Oh dear, BIG decisions being made here”. Het schaamrood op de kaken is twee ronden later inmiddels verdwenen als ze er nog een schepje bovenop doet en mij met een knipoog twijfelend met de fles zwevend boven Bert zijn glas vraagt: “May he have some this round?”.

Voor de lunch rijden we, inmiddels inclusief Little Straw fles wijn met de naam Bert erop, naar een terras bij een golf club met een schilderachtig uitzicht op de natuur rondom de aanliggende golfbanen. De serveerster bedient ons in de zon van een peach bellini als welkomstdrankje (foto #3). Fijn, we zijn inmiddels wel toe aan wat alcohol. Niettemin bestellen we bij het eten ook nog een glas wijn, omdat Bert en ik door het late middag tijdstip twijfelen of dit nu de afsluiting van de dag is of dat er nog proeverijen na de lunch zullen volgen. Onder het genot van soep en salade keuvelen we wat met Amanda en Bianca, onder andere over Amanda haar bruiloft (Bianca erg grappig en lomp: “It is all going to fly by and you won’t remember a single thing, Amanda. I got married two months ago and once I got back at work I was still wondering whether it actually happened”). Mijn soep houd ik door de lach amper binnen als Amanda een anekdote vertelt over haar broer die ooit -tot ongenoegen van haar moeder- midden in de supermarkt uit de kast kwam waardoor Amanda nu het vermoeden heeft dat haar jongste broer al helemaal niet meer uit de kast durft te komen. Links van me wordt ook gelachen en voor de afwisseling wodka en bier gedronken tot we allen vreemd opkijken als de gasten een tafel verder worden opgeschrikt door een afgezwaaide golfbal. Een oude man, die niet veel later zijn golfbal komt zoeken, krijgt -hilarisch tafereel- een luid applaus van het publiek op het terras. Terwijl we afrekenen noteert de man van het nieuwe bruidspaar mijn e-mail adres om ons restaurant en andere tips over Victoria te sturen en kondigt Judy aan dat we weer de bus in gaan: “Okay, two more wineries, people”. Ik grinnik en kijk naar Bert: het is nu al een gezellige dag.

IMG_20140913_180546 (1024x576)

Bij Mt. Boucherie (Family Estate Winery) dirigeert ‘wine shop associate’ Cathy ons via de wijn shop vlug naar het terras met uitzicht op wijngaarden en Okanagan Lake. Ze reageert verontwaardigd en lacherig als Judy vertelt over het maximum aantal wijnen dat we konden proeven bij Little Straw eerder op de dag en geeft aan dat we hier maar allemaal een oogje dicht moeten knijpen als ze “te veel” inschenkt. Op basis van deze instelling en humor, concluderen Bert en ik al snel dat dit de leukste proeverij van de dag is. Cathy schenkt door en de blonde dame van het stel dat 32 jaar getrouwd is, wordt steeds grappiger. “If wines could indeed have an attitude comparable to human beings, then I would say my friend her soul mate wine would be bold and complex,” gebaart ze bijvoorbeeld naar haar beste vriendin naast haar die het dubieuze compliment incasseert, haar spierballen aanspant en mee lacht. Ik ben de tel inmiddels kwijt wat betreft het aantal geproefde wijnen die dag als we, met een fles wijn uit de shop rijker, later bij de bus buiten druiven uit de wijngaard staan te proeven in afwachting van de rit naar de laatste wijnmakerij.

Met een glas Pinot Grigio wachten we bij de wijngaard behorende bij Rollingdale Winery tot de huidige groep binnen klaar is met proeven. We spotten de oudere dame weer, die Judy in de ochtend terug naar de receptie had gestuurd. Ze blijkt inderdaad Nederlands en Bert en ik hebben enige medelijden met haar als we een blik werpen op de andere dames in haar groep, hoofdzakelijk Kardashian types die in hun lange, zijden jurken vooral het woord champagne in elke zin proberen te proppen. Het ‘House on the Prairie’ anno 2014 meisje achter de bar in de enorme loods (een soort van in de lengte doorgesneden, metalen olievat) babbelt vlot terwijl ze handmatig etiketten plakt op de wijnen voor haar: “Alright, I am just going to talk and talk and you can decide whether you want to listen or just zip your wine and ignore me”. Ze serveert na een rode Cabernet twee ijswijnen en Fort. Die laatste wijn heeft een aangepaste naam omdat de drank uit Canada officieel geen Port mag heten, zo licht ze toe. Beide ijswijnen smaken mierzoet en vallen alleen bij het bruidspaar blijkbaar genoeg in de smaak om tot aanschaf uit de shop over te gaan. Ik denk me in dat dit vooral is vanwege hun missie om de wijnvoorraad thuis aan te vullen en ze op deze manier met een kers op de taart de dag af willen sluiten.

Het blijft zonnig die middag en aangezien ons resort buiten Kelowna centrum ligt, vragen we Judy ons in de haven af te zetten om daar later in de avond te kunnen eten. Na een fooi voor Judy en knuffel als bedankje, nemen we afscheid van de rest van de groep en lopen we naar het terras van Rose’s voor nachos met kaas en een biertje met uitzicht op Okanagan Lake en de haven. Van het bier hebben we al snel spijt na de vele proeverijen, dus vallen we terug op wijn terwijl de serveerster onze glazen met water bij blijft vullen. De zon gaat onder achter de bergen en we besluiten die dag het bezoeken van bezienswaardigheden te laten voor wat het is en lopen via Waterfront park door naar het restaurant Waterfront Wines. Tijdens de wandeling bevestigt de bruiloft die we spotten (foto #4) wederom dat Kelowna een erg populaire trouwfeest locatie blijkt. Het is vrijdag en dus druk in het restaurant waarop we besluiten aan de bar bij het raam een ‘mixed tapas plate’ bij een glas wijn te nuttigen. Als er uiteindelijk een tafel beschikbaar is en we nagenoeg propvol zitten, delen we op advies van de ober nog een heerlijke gourmet burger. Tijdens mijn tweede hap spot ik rechts van me plots een vrouw die zich op een zitbankje in rare bochten wringt om vervolgens met haar hoofd ondersteboven een slok van haar water te drinken. Ze heeft de hik en dit helpt altijd, legt ze beschonken aan me uit. “Oral sex should help too,” buldert de flinke trucker man tegenover haar als reactie, maar gelukkig houdt de vrouw het als de hik tien minuten later terugkeert ook gewoon bij haar water methode. We sluiten af met een dubbele espresso waarna achtereenvolgens een bezoek aan The Train Station Pub en O’Flannigan’s Pub volgen voordat we wijselijk besluiten een taxi terug te pakken naar het resort.

Het was een gezellige dag.

IMG_20140913_180838 (1024x580)

Mijn locatie .

Comments Reacties uitgeschakeld voor Bring on the wine already (Kelowna; 11 & 12 september 2014)